Over tucht in de gemeente

Als christenen hebben we niet alleen de opdracht om elkaar te verdragen, maar ook om op elkaar toe te zien en elkaar aan te spreken op verkeerd gedrag. Teveel zondige levensstijlen worden getolereerd binnen de kerken en gemeenten. Juist in evangelische gemeenten is er de neiging om alles maar te bedekken onder de ‘liefde’ naar elkaar toe. Onze God is een heilig God! Toch kleven er veel moeilijkheden aan dit thema aangezien het te maken heeft met de gevoeligheden van relaties onderling. Zodra we de tucht te zwaar hanteren worden we een sektarische groep, maar zodra we de tucht te licht hanteren, worden we vrijzinnig. Als men onverschillig staat tegenover het kwaad in de gemeente, dan wordt de gemeente ‘verontreinigd’ of ‘ontheiligd.’ Een belangrijk principe dat wordt behandeld in 1Ko5, waar Paulus schrijft: ‘een beetje zuurdeeg, doorzuurt het hele deeg.’ (vers 6). Dit schrijft de apostel naar aanleiding van een ernstige zonde in de gemeente van Korinthe. Een man leefde met de vrouw van zijn vader. In plaats van dit aan te pakken, werd er zelfs niet om getreurd (vs.2). Deze onverschillige houding is de doorzuring waar de apostel over spreekt en niet in de eerste plaats de zonde.

Waar een lakse, onverschillige houding de overhand krijgt, ontstaat het grote gevaar dat steeds meer gemeenteleden in bepaalde ernstige zonden vallen. In Op2:6 prijst de Heer de gemeente van Efeze dat ze de werken van de Nicolaïeten haat, terwijl de gemeente te Pergamum tolereerde hen die aan de leer van deze Nicolaïeten vasthielden (en aan de leer van Bileam). Het gaat dus om de houding van de gemeente tegenover zondige levensstijlen. Daarbij komt nog eens de zeer moeilijke vraag wat nu precies wel en wat nu niet een zondige levensstijl is. Hier moet de leiding van de gemeente duidelijk in zijn. De Schrift is daarbij onze leidraad en niet de mening van mensen. Het moge duidelijk zijn dat gezonde Bijbeluitleg de basis moet zijn voor het bepalen van wat wel en wat niet tot een zondige leefstijl behoort. Zeker op het gebied van scheiden en hertrouwen moet men hier wijs en bedachtzaam mee omgaan.

Definitie van gemeentelijke tucht

Onder gemeentetucht verstaan we het geheel aan maatregelen die een gemeente toepast ten aanzien van gemeenteleden die in (ernstige) zonde leven. We zijn allemaal zondig en worstelen met dingen, dat is niet het punt, maar tucht heeft te maken met een leefwijze waar men niet mee wil breken. Het woord ‘tucht’ komt van het Oudnederlandse ‘tijgen’ (denk aan het Duitse ‘ziehen’) dat heeft de betekenis heeft van ‘trekken’. Het heeft de algemene betekenis van opvoeden. Het heeft oorspronkelijk een positieve grondtoon: iemand leiden op de goede weg. Het doel is dus om de desbetreffende persoon weer terug te trekken uit de zonde in de gemeenschap met de Heer en elkaar.

Belangrijkste Bijbelgedeelten

Een paar gedeelten die duidelijk over tucht spreken zijn:

Mattheüs 18:15-20

Romeinen 16:17-18

1 Korinthiërs 5:1-13

Galaten 6:1-2

2 Tessalonicenzen 3:14-15

Vanwege onze manieren van gemeente-zijn is het uitvoeren van Bijbelse tucht niet eenvoudig geworden. Als we streven naar een gemeente waar alleen gelovigen samenkomen en verantwoordelijkheid dragen, waarbij ongelovigen te gast zijn in de samenkomsten, is er een goede basis. Omdat er vaak veel mensen in de samenkomst komen, is het lidmaatschap een systeem dat duidelijkheid kan geven. Zodra men ‘lid’ wordt, geeft men aan geestelijke verantwoordelijkheid te willen dragen. Men moet dan ook bereid zijn zich te laten gezeggen door andere broeders/zusters en/of de oudstenraad. Helaas zien we dat mensen zich moeilijk iets laten gezeggen zodat in de praktijk men van ‘gemeente wisselt’ en vrolijk verder gaat met de leefstijl waar men op was aangesproken.

Heiligheid en liefde

De gemeente is een heilige plaats, waar het gaat om de eer van God! Bovendien heeft toegestane, niet geoordeelde zonde in de gemeente invloed op de rest van de gelovigen. ‘verkeerde omgang bederft goede zeden’ (1Ko15:33).

Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods (2Ko7:1).

Het doel van gemeentetucht is dus om de desbetreffende persoon te winnen voor Christus. Dit betekent passende maatregelen treffen (heiligheid) in een stukje persoonlijke begeleiding (liefde). De zonde moet worden bestraft, de zondaar moet worden geholpen. Veel mensen denken bij het woord ‘tucht’ gelijk aan het wegdoen van een gelovige uit de gemeente (excommuniceren). Er is echter een heel scala aan ‘tuchtmaatregelen’ waarbij excommunicatie de allerlaatste handeling is, en dan pas als al het andere niet heeft geholpen.

Het gaat bij tucht nogmaals niet om een boze daad, maar om een boze grondhouding, die blijkt uit het volharden in het kwaad: een boze leefwijze! Daarnaast wordt tucht toegepast op leerstellige boosheid. Dit is wat Johannes bedoelt in 2Jh:9 ‘een ieder die de leer van Christus niet brengt.’ Ieder gemeentelid dat een leer brengt die de fundamenten van het christelijk geloof aantast, moet onder de tucht worden gezet. Daarom moet in de gemeente duidelijk zijn wie er mogen leren, de opzieners en de mensen met een onderwijsbediening. In de praktijk komt het regelmatig voor dat personen ‘op eigen houtje’ allerlei leringen die niet Bijbels zijn gaan verkondigen op hun gebedsgroep of huiskring.

De vormen van tucht van licht naar zwaar

Broeders, zelfs als iemand door een overtreding overvallen wordt, brengt u die geestelijk bent zo iemand terecht (Gl6:1).

En wij vermanen u broeders, wijst de ongeregelden terecht (1Ts5:14).

Als uw broeder tegen u zondigt, ga heen, overtuig hem tussen u en hem alleen; als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen. Als hij echter niet luistert, neem nog een of twee met u mee, opdat door de mond van twee of drie getuigen elk woord vaststaat (Mt18:15v.)

Dit ‘terechtwijzen’ is een middel dat voor alle geestelijk volwassen gemeenteleden bedoeld (niet alleen voor oudsten, zie Rm15:14 ‘elkaar terechtwijzen’)! De zonde moet in een zo klein mogelijke kring worden beleden en opgeruimd.

Belijd elkaar de zonden en bidt voor elkaar, opdat u gezond wordt (Jk5:16). 

Wil de persoon niet luisteren, dan moet men dit eerst in een kleine setting proberen op te lossen (wil hij niet luisteren, neem dan nog één of twee met u mee Mt18:16). Helpt dit nog niet, dan moet de gemeente ervan op de hoogte worden gesteld. Ik zou dit praktisch doen op een gemeenteavond en niet in een samenkomst omdat deze niet de vertegenwoordiging is van de gemeente. Er zijn vaak zoveel gasten aanwezig dat het risico van kwaadsprekerij groot is. Bovendien is op een gemeenteavond (hopelijk) dat deel aanwezig dat geestelijk verantwoordelijkheid draagt. Zo blijft de zaak binnen een vertrouwelijke setting, terwijl willekeurige bezoekers van een samenkomst deze informatie niet zouden moeten horen. Wil de persoon in kwestie dan nog niet veranderen, dan moet hij worden weggedaan uit de gemeente, wat praktisch neerkomt op onttrekking aan het Avondmaal.

Zich onttrekken aan, mijden

Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen (Rm16:17).

Maar wij bevelen u, broeders, in de naam van de Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan elke broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt (2Ts3:6). Zie ook 1Tm6:20, 2Tm3:4v.

Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen; Titus 3:10

Deze fase van tucht houdt in dat men de omgang met dergelijke personen op een laag pitje zet. Het is niet hetzelfde als excommunicatie. Het kan een persoonlijke opdracht zijn (1Tm6:20; Tt3:10). Deze minimale omgang slaat op broeders en zusters onderling. Binnen de sociale setting man/vrouw, ouders/kinderen geldt dit natuurlijk niet! Men kan niet binnen een sociale setting de omgang met elkaar verbieden.

Tekenen

Als iemand niet luistert naar wat wij door onze brief zeggen, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd worde; houdt hem echter niet voor een vijand, maar wijst hem terecht als een broeder. 2Ts3:14-15.

Dit ligt in het verlengde van het voorgaande en is het openlijk aan de kaak stellen van de overtreder aan de gemeente (‘tekent hem’). Alleen de pastorale hulpverleners/oudsten gaan met deze personen om (‘wijst hem terecht als een broeder’). Hoe dit in de praktijk vandaag de dag moet gebeuren, is nog niet zo eenvoudig. Mijns inziens kan men dit het beste doen op een gemeenteavond, maar aangezien daar niet iedereen is die verantwoordelijkheid draagt (lid is), bereikt men dus niet iedereen. Een andere optie zou kunnen zijn middels een vertrouwelijk schrijven aan de leden. Hier zou ik persoonlijk niet voor kiezen vanwege het ‘risico’ dat geschreven informatie altijd ergens belandt waar het niet zou moeten belanden.

Wegdoen

In Mt5:17 zegt Jezus dat de overtreder moet worden behandeld als een ‘heiden en een tollenaar’. Er is binnen de gemeente geen plaats voor een ‘onbekeerlijke’ overtreder.

Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met hoereerders; niet met de hoereerders uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten gaan. Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een hoereerder, geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten. 1Ko5:9-11

Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg. 1Ko5:13

Dit geldt die mensen, die zeggen christenen te zijn, verantwoordelijkheid dragen (aan het Avondmaal deelnemen, lid zijn van de gemeente), maar toch een verkeerde weg op zijn gegaan. Tucht is niet toe te passen op bezoekers van de diensten die af en toe eens komen.

Het daadwerkelijk excommuniceren dient te worden beperkt tot;

1. De allerergste zonden. Zie onder

2. Die personen die willens en wetens in zonde volharden en zich niet willen laten gezeggen.

Ten allen tijde moeten we de desbetreffende persoon vertellen dat we hem/haar liefhebben en dat blijven doen. Zelfs de excommunicatie is dan een daad van liefde, om de persoon weer terug te brengen bij de Heer. In 1Ko5 zien we het klassieke voorbeeld van excommunicatie als Paulus zegt: ‘Doe de boze uit uw midden weg’ (vs13). Het ‘lijstje’ wat hij dan even daarvoor (vs11) geeft (wat overeenkomt met de lijst uit Deuteronomium waar de doodstraf werd geëist) betreft:

1.Ontuchtigen (Dt22:21-24)Alle vormen van seksuele levensstijlen buiten het Bijbelse huwelijk    

2.Hebzuchtigen (Ef5:3 hebzucht=afgoderij (Dt17:7)Alle vormen van egocentrisch materialisme en eerzucht, zie ook Dt17:12; de rebellen

3.Afgodendienaars (Dt17:7)Alle vormen van occultisme

4.Lasteraars (Dt19:16-19)Alle vormen van vloekerij en/of kwaadsprekerij

5. Dronkaards (Dt21:20-21)Alle vormen van verslavingen waarmee men niet wil breken

6. Rovers (Dt24:7)Alle vormen van manipulatie, zowel materieel als geestelijk

Deze zonden werden allen in het Oude Testament bestraft met de doodstraf (Deut13:5; 17:7,12; 19:19; 21:21; 22:21,22,24 en 24:7). Het kwaad moest uit het midden van de Israëlieten worden weggedaan d.m.v. de doodstraf! Zo is dit vandaag, in de gemeente, geestelijk, het ‘wegdoen’ uit de kring van gelovigen. Dit is de laatste handeling, als al het andere geen effect heeft gehad. Volgens Dt17:2-7 is daar zeer grote zorgvuldigheid bij nodig! Zodra iemand die zich een christen noemt één van de zes bovenstaande patronen begint te ontwikkelen, moet men optreden om te voorkomen dat iemand voorgoed afdrijft.

Mijn broeders, indien bij u iemand van de waarheid afdwaalt, en een ander brengt hem tot inkeer, weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken. Jk5:19-20

Soorten zonden

De zonden die gemeentelijke tucht noodzakelijk maken zijn onder te verdelen in:

a. Schendingen van de christelijke liefde (zonden tegenover medegelovigen).

b. Schendingen van de christelijke eenheid (scheurmakerij, verdeeldheid zaaien).

c. Schendingen van de christelijke wet (seksuele zonden, alles wat ingaat tegen de moraal van de Schrift).

d. Schendingen van de christelijke waarheid (fundamentele dwaalleer).

Wat moeten we tenslotte doen als er na veel gebed, Bijbelstudie, gesprekken etc. de meningen toch uiteen blijven gaan? Allereerst moeten we andersdenkenden serieus nemen in hun gewetensovertuiging. Ook de psychologische achtergronden van de situaties moeten zo goed mogelijk worden ingeschat. Mogelijk kan de gemeente milder worden gestemd als men de achtergronden kent van bijv. een echtscheiding of een stel dat in een huwelijkscrisis zit en wil scheiden. Gezamenlijk gebed voor een dergelijke zaak is noodzakelijk voordat men onderling gaat twisten over wie er nu gelijk heeft. De oudsten moeten in een geest van ootmoed Gods barmhartigheid inroepen in een zaak waar men met een ingewikkeld ‘geval’ te maken heeft.

In Mt18:18-20 spreekt Jezus uit dat de gemeente dit gezag heeft om te ‘binden en te ontbinden.’ Feitelijk is dit de oudstenraad, maar altijd in overeenstemming met de gemeente (dat is nogmaals dat deel dat geestelijk verantwoordelijkheid draagt). De oudsten vertegenwoordigen in feite de gemeente. Deze laatste vorm van tucht is niet omdat de ‘andere vormen niet helpen’, maar omdat men zich serieus afvraagt of dergelijke mensen wel werkelijk broeders of zusters zijn! Een gemeentelid dat zich ontpopt als een moedwillige en onverbeterlijke ontuchtpleger, geldzuchtige, afgodendienaar, lasteraar, dronkenlap etc. verdient de titel ‘broeder’ of ‘zuster’ simpelweg niet meer. Van gelovigen die in dergelijke zonden zijn vervallen, kun je dat niet zeggen. Die moet je helpen, pastoraal begeleiden, terechtwijzen, maar nooit excommuniceren!

Wijsheid

Tucht moet altijd gebeuren in een ‘geest van zachtmoedigheid, ziende op uzelf’ (Gl6:1). Het kan gebeuren dat we overtreders tegenkomen die

(a) nooit voldoende zijn voorgelicht vanuit de Bijbel. Dit zijn vaak jonge mensen. Ze wisten niet dat waar ze mee bezig zijn het zonde was! Goed onderwijs is dan noodzakelijk waarna zal blijken of de persoon werkelijk berouw toont. Daarom moet iedere gemeente zich inzetten voor Bijbels onderwijs op het gebied van seksualiteit, huwelijk en opvoeding.

(b) de zondige keuze niet meer ongedaan kunnen maken. Er is bijvoorbeeld op een Bijbels onwettige wijze getrouwd (ten onrechte gescheiden en hertrouwde gelovigen, moedwillig getrouwd met ongelovige). Dit kunnen we niet meer ongedaan maken. Deze personen kunnen belijden dat ze fout hebben gehandeld en zo hersteld worden binnen de gemeente. Het huwelijk blijft voortbestaan, de gelovigen zijn hersteld, maar er kan door deze personen geen geestelijke verantwoordelijkheid worden gedragen.

(c) bezig zijn een zondige weg in te slaan door te trouwen met een ongelovige, te gaan scheiden op on-Bijbelse gronden of door samen te gaan wonen. In dit geval moet er in een geest van liefde worden opgetreden. Enerzijds moet de normale omgang met deze personen niet zijn alsof er niets is gebeurd, anderzijds wil de gemeente deze personen toch blijven bereiken, om hen tot erkenning van de verkeerde daad te brengen en/of om hen tot de Heer te leiden.

Berouw van de overtreder

Algemeen geldt dat als er berouw wordt getoond door de overtreder, er herstel is in de gemeente. Werkelijk berouw is wat anders dan spijt. Men moet ook zich bekeren van de weg waarop hij/zij was. Als er echter sprake is van een wettelijk misdrijf of ernstige beschadiging van personen (seksueel misbruik, diefstal etc.) dan betekent berouw van de overtreder niet dat de gevolgen van deze zonden na de tuchtmaatregelen stoppen! Er dient dan altijd een passende straf te zijn. We moeten een scherp onderscheid maken tussen de vergeving van de wandaad en de gevolgen van de wandaad. David ontving wel zijn straf, na oprecht berouw over zijn overspel en moord op Uria, in de vorm van de dood van vier van zijn zonen. Het kan voorkomen dat een bepaalde daad zo verschrikkelijk is dat de overtreder uit de gemeente moet worden gestoten, ook al heeft hij/zij berouw! Ananias en Saffira werd niet eens gevraagd of ze berouw hadden, het oordeel volgde onmiddellijk (Hd5). De overtreder uit 1Ko5, die getrouwd was met zijn schoonmoeder, werd zonder meer uit de gemeente gezet, los van zijn wel of niet berouw tonen. Een verkrachter, oplichter, drugshandelaar moet buiten de gemeenschap worden geplaatst. Twee belangrijke principes hier:

1. De zorg aan de dader verandert niets aan de tucht die de gemeente noodzakelijk moet vellen over hem/haar.

2. Niet alleen het berouw van de dader, maar evenmin mag de vergeving die het slachtoffer al of niet bereid is te schenken, ooit invloed hebben op de wijze waarop de zaak van de dader behandeld wordt.

Zeker rond de problematiek rond misbruik moet men hier grote wijsheid betrachten. Een dader kan men nooit te snel weer toelaten binnen de gemeente.

Herstel na onherstelbare keuzes

Als men, ondanks alles, toch kiest om een on-Bijbelse weg te gaan in een huwelijk, of in een zakenrelatie of anders, is er alleen plaats voor dergelijke mensen als er oprecht berouw wordt getoond. De gevolgen van zondige keuzes kunnen niet meer ongedaan worden gemaakt, toch is men weer hersteld binnen de gemeente. Dan kan men ook weer deelnemen aan het Avondmaal. Het deelhebben aan het Avondmaal is een zichtbaar getuigenis van de eenheid van de gemeente (1Ko11:17)

Binnen de gemeente kunnen bezoekers aan het Avondmaal, wat op zich een goede zaak is, mits de bezoeker een oprecht kind van God is. De bezoeker heeft, net als de leden van de gemeente, verantwoordelijkheid over zijn eigen ‘aangaan.’ Leeft hij/zij in zonde, moet hij/zij niet aangaan. Als de gemeente hier niet van op de hoogte is, is zij ook niet verantwoordelijk. Als er wel sprake is van een ‘openlijke’ zondige leefstijl die wel bekend is bij de gemeente (bijv. samenwonend, homoseksuele leefwijze, hebzuchtig, manipulerend, twistziek, onvergevingsgezind etc.), dan heeft de gemeente wel verantwoordelijkheid (middels de oudsten) en dient een dergelijk persoon geweigerd te worden van deelname. Dit uiteraard niet ter plekke, op de zondagmorgen zelf, maar in een vertrouwelijk gesprek vooraf. Aangezien er veel mensen komen in onze samenkomsten, kunnen we onmogelijk weten wie er allemaal aangaan. Dit is geen goede zaak, maar onvermijdbaar. Toch zijn er oplossingen te bedenken:

1. Kringleiders hebben verantwoordelijkheid over hun kringleden. Zij kunnen iemand adviseren niet aan te gaan als er sprake is van zondige leefstijl waar men geen berouw over toont.

In persoonlijke contacten geldt Gl6:1v.

2. Een duidelijke oproep vóór de viering van het Avondmaal helpt mensen verantwoordelijkheid te geven.

Algemeen geldt nogmaals: alleen de persoon die willens en wetens volhardt in een stijl van leven die niet overeenkomt met de Bijbel en zich daar niet van wil bekeren kan worden geweigerd aan het Avondmaal. Het betreft NIET de personen die worstelen met zonden, in een pastoraal traject zijn etc. Zij kunnen juist versterkt worden door aan te gaan aan het Avondmaal.

Het deelnemen aan het Avondmaal is voorbehouden aan diegenen die serieus willen leven met God, ondanks hun strijd etc. Als lid van het lichaam van Christus verbind je je met anderen en draag je geestelijk verantwoordelijkheid voor je eigen leven en voor dat van elkaar. Hierop mag je dan ook worden aangesproken. Dit is de essentie van tucht in de gemeente.