Genezing: wat zegt de Bijbel?

Over genezing wordt de laatste tijd zo ontzettend veel verkondigd en gezegd, dat het lijkt alsof er bijna niets belangrijker is. Ik voel me daarom genoodzaakt om evenwichtig en nuchter Bijbels onderwijs over dit onderwerp te geven, want er is helaas veel dat de toets niet kan doorstaan.

Geneest God nog steeds? Waar komt ziekte vandaan? Mogen wij op alle zieken de handen leggen? Wat is de betekenis van geloof? Er is een stroming vandaag die leert dat geen één gelovige ziek hoeft te zijn en dat dit Gods wil is. Dit is een on-Bijbelse leer die veel schade heeft veroorzaakt in de gewetens van (vooral zieke) mensen. Het grote verlangen van mensen om niet te lijden ligt ten grondslag aan een theologie die leert dat het mogelijk is om altijd gezond te zijn. Hoe zit het dan wel? Om in één studie alles wat met dit thema te maken heeft te behandelen, is onmogelijk. Het is veel wat de Bijbel zegt over genezing. Daarbij is het niet eenvoudig om de gegevens goed te interpreteren en niet ons vooroordeel mee te laten spelen.

Vooropgesteld wil ik op geen enkele wijze Gods soevereine wil om mensen te genezen aantasten. Als God dit wil kan Hij het doen. Ook vandaag is Hij een God van wonderen. Hij geneest nog steeds wonderbaarlijk mensen van allerlei ziekten. Er zijn stromingen die leren dat genezingen alleen bij de tijd van de apostelen hoorden en daarna zijn opgehouden. Ik vind dit een bezwaarlijk standpunt en wel omdat wij mensen niet kunnen zeggen wat God wel of niet zou kunnen doen. Daarbij is het ook niet terug te vinden in de Bijbel. Wel zie ik een speciale plaats voor de schaal van wonderen en tekenen in de tijd van Handelingen, maar het is zeker niet zo dat God niet meer genezing geeft of wonderen geeft. Ik ben dus niet tegen het geloof in genezing vandaag de dag. Waar ik vooral bezwaren tegen heb, zijn bepaalde leringen die met ziekte en genezing verband hebben. 

Ik weet tegelijk dat dit een gevoelig thema is. Vooral zij die leven met een ernstige ziekte is het een last dat genezing uitblijft. Anderen hebben andere conclusies getrokken over dit onderwerp terwijl zij ook serieus de Bijbel bestuderen. Ik daag de lezer dan ook uit om zelf biddend de Bijbel hierover te bestuderen en te toetsen wat ik hieronder schrijf.

De studie naar wat de Bijbel leert over ziekte en genezing is zo uitgebreid, dat ik dat nu niet allemaal kan behandelen. Dit artikel is toch erg lang geworden, eenvoudigweg omdat de Bijbel veel te zeggen heeft over dit thema. Ik wil niet uitgaan boven wat geschreven staat (1Ko4:6) in de Bijbel, en toch is dit nog niet zo eenvoudig omdat het een uiterst complexe materie is. Gods wegen met zijn kinderen zijn ondoorgrondelijk en toch kunnen we uit de Bijbel wel belangrijke principes halen. Als we ons richten tot wat de Bijbel zegt, blijven er nog een hoop vragen over, maar God heeft ons dat geopenbaard wat wij weten moeten. De rest is voor Hem en wij zullen dat misschien in de eeuwigheid gaan begrijpen. Als we de Bijbel bestuderen is het heel belangrijk dat te doen in de context en de geest van het hele geopenbaarde Woord en niet op grond van losse teksten conclusies trekken. Helaas gebeurt dit laatste veel waardoor mensen die te weinig kennis hebben van Gods Woord verkeerde leringen volgen. 

De bediening van Jezus

Men neemt vaak de bediening van Jezus als voorbeeld om te leren dat de gelovigen 'dus' net als Jezus genezend kunnen rondgaan. Wij zetten immers voort wat Hij begon. Dit klinkt erg logisch, maar de vraag is of dit Bijbels te verantwoorden is.

Er staat geschreven in Hd10:38 hoe God: 

Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij. 

Deze tekst is een voorbeeld van hoe men niet goed leest en de context van de hele Bijbel negeert. Dit ‘iedereen’ is allereerst niet letterlijk iedereen in Israël of iedereen op de wereld of zelfs niet iedereen die Jezus tegenkwam. Dit zien we eenvoudig aan het feit dat Hij bijv. niet alle mensen genas die aan het badwater van Betesda lagen in Jh5. Dit 'iedereen' is het taalgebruik van Lucas om aan te geven wat Jezus kwam doen: mensen bevrijden uit de macht van de duivel. Het algemene beeld dat de evangeliën schetsen is dat Jezus allen genas die bij Hem werden gebracht (zie onder; Lk4). Ziekte is in dit vers een overweldiging van de duivel. Dit geeft aan dat Jezus' bediening erop was ingesteld de mens bevrijding aan te bieden van de invloed van de duivel. Hiermee was de essentie van het koninkrijk zichtbaar, dan zal er niemand meer ziek zijn (Js32:24). De Geest was op Jezus gekomen tijdens zijn doop (Lc3:22, zie ook 4:1,14). De reden hiervoor was om het werk te beginnen dat God Hem had opgedragen. Dit werk was voornamelijk het koninkrijk van God te verkondigen en de daarbij horende tekenen te verrichten. Ik verwijs u graag naar het artikel dat ik op deze site heb staan over tekenen en wonderen. Jezus' genezingen waren onmiskenbaar tekenen.

Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hun bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de Messias was. Lk4:40,41 

Jezus genas veel mensen. Waarom deed Hij dit? In Hd2:22 lezen we het antwoord: 

Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 

Er staat eigenlijk: ‘Een man, door God aan u bevestigd door krachten wonderen en tekenen die God door Hem in uw midden heeft gedaan.’ God bevestigde het feit dat Jezus door Hem was gezonden door middel van de tekenen zoals genezingen. Deze genezingen waren dus tekenen die ergens naartoe wezen; naar de Messias. God gebruikt in zijn Woord altijd tekenen om aan te tonen dat Hij iets groots aan het doen is en dat de personen die zijn boodschap brengen werkelijk van God afkomstig zijn.

Velen leren vandaag dat als bijvoorbeeld de melaatse man aan Jezus vraagt: 'Indien U het wilt, kunt U mij reinigen', en Jezus antwoordt: 'Ik wil het, wordt rein' (Mt8:3) dat dit betekent dat Jezus altijd wil dat iedere zieke die tot Hem komt genezen zal. Dit gedeelte uit Gods Woord leert dit niet. Het is in de eerste plaats een geschiedenis. Jezus sprak toen tegen deze melaatse deze woorden. Hij wilde deze genezen op dat moment. Jezus zegt er echter achter: 'Toon u aan de priester (...) hun tot een getuigenis (vers 4)'. Ook hier weer: het was een teken voor de Joden. Men kan niet deze geschiedenis, die in een bepaalde context staat, nemen en vervolgens daar een leer aan koppelen dat Jezus 'dus' wil dat alle gelovigen die tot Hem komen net zo genezen als die ene man toen. Natuurlijk is het wel zo dat ieder mens dat tot Jezus komt in geloof uiteindelijk zal worden verlost van dit sterfelijke lichaam. In die zin 'wil' Jezus de mens geheel verlossen. Het punt is alleen dat we dit niet in dit leven mogen verwachten als een wetmatig iets. 

Jezus kwam en predikte iets nieuws: Hij is de komende Koning die zijn koninkrijk zal gaan vestigen waarin niemand meer ziek zal zijn (Js33:24). De ziekten die Jezus genas waren het gevolg van het afdwalen van God, waar in Dt28 en Lv26 al voor was gewaarschuwd. Israël was geestelijk ziek en door de fysieke ziekten te genezen liet Jezus zien wat Hij werkelijk kwam doen: geestelijke ogen openen, geestelijke oren openen, een geestelijk kreupel volk oprichten etc. Zie ook het vervolg van Jesaja 33:24 waar staat: 'Het volk dat daar woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben'. 'Genezing' betekent dus vaak 'herstel', 'bekering', zie ook het verband tussen genezing en herstel in Jr33:6 en 8.

‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ Lk4:18,19 

Dit was de roeping van Christus: om Israël herstel aan te bieden. Als ze Hem hadden aangenomen was het koninkrijk opgericht en zou niemand meer ziek zijn omdat ze vergeving hadden ontvangen (Js33:24). Genezingen dienden tot een teken hiervoor! De tekenen waren niet bedoeld om mensen te overtuigen (Jezus zegt bijv. tegen de melaatse man dat hij zijn genezing niet moest gaan rondbazuinen, Mt8:4), maar om de bevestiging te geven dat het God was die sprak. Vandaar ook de tekst uit Marcus 16: 

Degenen die tot geloof zijn gekomen, zullen herkenbaar zijn aan de volgende tekenen: in mijn naam zullen ze demonen uitdrijven, ze zullen spreken in onbekende talen, met hun handen zullen ze slangen oppakken en als ze een dodelijk gif drinken zal dat hun niet deren, en ze zullen zieken weer gezond maken door hun de handen op te leggen. Mc16:17,18 

Er staat eigenlijk dat deze tekenen de gelovigen zullen volgen. Het lastige in deze tekst, die erg belangrijk is in de hele problematiek rond genezing, is dat er gesproken wordt over 'gelovigen'. Dit lijkt op het eerste gezicht te gaan over iedere gelovige. Als mensen puur op basis van deze tekst beweren dat iedere gelovige vergezeld zou moeten zijn van tekenen en wonderen, waaronder genezingen dan zouden ze zeker een punt hebben. We hebben alleen meer dan Mc16, en we moeten Schrift met Schrift vergelijken. Mc16 is geschreven in verband met de grote zendingsopdracht. Daar waar het Woord wordt verkondigd (in de hele wereld) van de verhoogde Heer, werkt God mee d.m.v. tekenen, zie Hd4:22: ‘De mens aan wie dit teken van de genezing was gebeurd…’ Zie ook Mc16:20 waar staat: En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen. Dit is overduidelijk de verkondiging van de apostelen en niet van de gelovigen in het algemeenWe zien in het boek Handelingen deze teken-functie plaatsvinden. Let daarbij op dat dit boek nergens vermeldt dat iedere gelovige deze tekenen verrichtte. Dit zou men wel verwachten als Mc16:17 zou slaan op alle gelovigen per definite. De apostelen verkondigden dat Jezus door God was opgewekt uit de dood en nu in de hemel aan Gods rechterhand is. God bevestigde deze boodschap met tekenen en wonderen. Overigens horen talen (tongen) blijkens Mc16 en 1Ko14:22 ook bij deze tekenen! Hoe men over talen ook denkt, hier zijn het tekenen en geen opbouwen van zichzelf.

Genezing vandaag

Sommige predikers leren dat wij christenen vandaag net zoveel zieken kunnen genezen als Jezus deed en als Paulus en Petrus deden. Ze baseren dat op Jh14:12 waarin Jezus zegt: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader. (Ik geloof niet dat ‘werken’ hier per definitie inhoudt genezingen, wonderen en allerlei krachten, maar het brengen van mensen tot de Vader. Dat is het allergrootste wonder dat er bestaat! De apostelen hadden, op het moment dat Jezus deze woorden sprak, immers allang zieken genezen, demomen uitgedreven en doden opgewekt. Zie het artikel 'Doen wat Jezus deed?').

Vandaag worden we overspoeld met leraars die beweren dat 'wij ook de dingen moeten gaan doen die Jezus deed'. Het is een on-Bijbelse leer die zorgt voor niet alleen veel verwarring, maar ook voor veel patorale nood. In het boek Handelingen is, zoals we zagen, de gave van genezing niet aan iedereen gegeven! (Dit is ook de boodschap van Paulus later in 1Ko12.) Let op dat dit vooral de apostelen zijn! Weliswaar lezen we van Stefanus, Filippus en Annanias (eenmaal Paulus blindheid) ook dat zij genazen, maar er wordt nergens vermeld dat het iets was dat iedere gelovige deed. De drie genoemde mannen (die kennelijk dus apostelen waren, zie Hd14:14!) kregen daarvoor de genade op specifieke momenten met een specifiek doel. Zij waren dan ook dienaren van God met een bijzondere bediening. Ze genazen anderen (zie bijv. 3:6-8, 4:30, 5:12-16, 8:7, 9:17,18) omdat dit gepaard ging met hun boodschap. Stefanus predikte een laatste aanbod van genade aan het Joodse volk, Filippus had een bediening onder de Samaritanen en Annanias genas de apostel der apostelen: Paulus, met het oog op diens bediening.

Zo werd zichtbaar dat het koninkrijk van God (en dus de koning (Jezus) van dat koninkrijk) de hoogste macht heeft. De tekenen bewezen dat wat de gelovigen verkondigden (Hb2:3,4).

Ik geloof dat daar waar het Woord van God wordt gepredikt in gebieden waar dit nog niet is gebeurd, er dit soort dingen kunnen gebeuren (Rm15:19; zie ook vers 20). In de kracht van de Heilige Geest, doordat de verhoogde Jezus hun Heer is, kunnen hedendaagse gelovigen in een dergelijke setting, ook genezing uitspreken over mensen. Het is dan Jezus die geneest, door de werking van de Heilige Geest, door hen heen met het doel zielen te winnen voor Jezus. Maar wat ziekte in de gemeente betreft, voor diegenen die al geloven en kinderen van God zijn, leert de Bijbel iets anders. Dan is het niet correct teksten die gaan over de tekenen toe te passen op de gelovigen onderling. Ik acht het daarom ook zeer schadelijk als er leraren zijn van Gods Woord die onderwijzen dat wij ons allemaal moeten uitstrekken naar de gave van genezing. 

Paulus verkondigde de volken de volheid van het evangelie: niet alleen dat Jezus voor mijn zonden is gestorven, niet alleen dat Hij nu verheerlijkt is aan Gods rechterhand, niet alleen dat Hij straks terugkomt (het evangelie van het koninkrijk), maar dat door zijn kruis en opstanding wij behoren tot een totaal nieuw bestel, niet meer van deze aarde, maar burgers van een rijk in de hemel (het evangelie van de heerlijkheid van Christus). Daar is ons leven. Zie ook de artikelen op deze site over Paulus.

en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, Ef2:6 NBG 

en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam.Fp3:19-21

Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. Ko3:1-3 

Dit geheimenis moet ons via Paulus worden geopenbaard door de Geest van God. Wij zijn niet meer burgers van een aards koninkrijk (Nederland), maar van een rijk in de hemel. Dit betekent dat al onze rechten en plichten in Christus zijn vervuld. Alles wat ons hier beneden overkomt en bezighoudt, moet in het perspectief worden bekeken van onze nieuwe positie. Gods doel is ons te veranderen naar het beeld van zijn Zoon. Alles wat ons overkomt, werkt mee ten goede, dat is dat het beeld van Christus in ons zichtbaar wordt (Rm8:28,29). We hebben een hemelse identiteit (Ko3:3), een hemels burgerschap (Fp3:20), een hemels huis (Jh14:2), we ontvangen een hemels lichaam (2Ko5:1,2), een hemelse stad (Hb13:14), een hemels erfdeel (Ko1:12), een hemelse familie (Mk10:30), een hemels koninkrijk (2Tm4:18), en we zijn verbonden met een hemelse mens (Ko3:1-3), wiens hemelse heerlijkheid wij zullen krijgen (1Ko15:49; 2Ts2:16).

ALLES is dus veranderd nu we hemelse mensen zijn geworden. Het hele onderwijs van Paulus is erop gericht dat hemelse leven hier op aarde zichtbaar te maken door gehoorzaamheid aan Christus. Dit noemt hij de 'gehoorzaamheid van het geloof' in Rm1:5. Dit doen we door te geloven wat Gods Woord ons zegt over onze werkelijke identiteit en toekomst. We leven dit aardse leven in dat geweldige perspectief, door geloof en niet door aanschouwen (2Ko4:18). In dit proces is het verval van ons lichaam duidelijk, we worden ouder en staan bloot aan de gevolgen van de zondeval (2Ko4:16), maar door het geloof verwachten we een nieuw lichaam (2Ko5:1-4). De uiterlijke mens vervalt, maar de innerlijke wordt sterk door het geloof! Zie 2Ko4:16.

Om dit doel te bereiken kan God ziekte gebruiken om ons op te voeden of te straffen (1Ko11:30-33; Op2:22; 3:19; denk ook aan de uitdrukking 'zonde tot de dood' uit 1Jh5:16 waar de dood een oordeel is). Er zijn mensen in de Bijbel die ziekte ontvingen van God als een oordeel, denk aan Mirjam, Uzzia, Gehazi (Nm12:10; 2Kr26:19; 2Kn5:27), Jerobeam (1Kn13:4, verdorde hand); Herodes (Hd12:23, stierf door wormen); Ananias en Saffira (Hd5:5-10, dood, zie ook 1Jh5:16); Elimaz (Hd13:11, blind) en de gemeente in Korinthe (1Ko11:30-32, vele zieken en overledenen). Men roept vandaag dat God ons niet meer straft of oordeelt, maar dan onderscheidt men niet wat de Bijbel leert. God straft uit liefde om ons op te voeden net als aardse vaders dat met hun kinderen doen. Hij corrigeert daar waar wij de verkeerde kant op gaan.

Het kan ook zijn dat er gaven van genezingen (1Ko12:9) worden gegeven door God aan sommigen. Deze gaven werden dus in de tijd van de Korintiërs ook gegeven aan niet-apostelen (hoewel dat niet strikt te bewijzen is). Het is ook een genadegave van de Geest om ongelovigen te bereiken en toe te voegen aan het Lichaam van Christus. Toch kan God vandaag een gelovige genezen door een gave van genezing. We moeten alleen wel onderscheid maken tussen

1. deze gave van genezing en

2. het bidden voor zieken.

Het eerste is aan sommigen gegeven (volgens 2Ko12:12 aan apostelen), het tweede mogen, of moeten we zelfs, allemaal doen. Het hele betoog van de apostel in 1Ko12 maakt duidelijk dat niet iedereen een gave heeft ontvangen van gezondmaking. 'Hebben soms allen gaven van genezing (vs30)?' Het antwoord luidt natuurlijk 'nee'. Deze gaven werden gegeven om tekenen te verrichten zoals ik al heb uitgelegd. Vandaag de dag zien we zogenaamde 'gebedsgenezers' waarbij genezingen plaatsvinden. In dit geval is het belangrijk om de leer te toesten van zo'n persoon. Is deze leer dat ziekte nooit van God komt, maar van de duivel, dan is dit niet naar de Schrift. Wat er verder ook gebeurt in deze diensten, we moeten ons hier niet mee inlaten. Niet het zichtbare (tekenen) bepaalt de zending van zo iemand, maar het hoorbare (de leer). Hierin is Deut13:1-3 een richtlijn waar een profeet wel een teken voorzegt dat uitkomt, maar het volk verleidt tot afgoderij.

Een gelovige heeft vanuit de Bijbel nergens de garantie dat hij/zij van zijn/haar ziekte zal worden genezen. Kijken we naar het leven van toegewijde gelovigen in de Bijbel dan zien we dat er sommigen met ziekten kampten. In geen enkel geval bestaat er een bewijs dat dit door één of andere zonde kwam:

Paulus’ jonge medewerker Timoteüs leed aan vele fysieke zwakheden. Het nuchtere advies van de apostel is: 

Drink niet alleen maar water, doe er vanwege je zwakke maag en je andere kwalen wat wijn bij. 1Tm5:23 

Een gelovige wordt niet automatisch genezen als er genoeg geloof is, net als bijv. in 2Tm4:20 waar Trofimus ziek wordt achtergelaten door Paulus op Milete. Paulus zelf is ziek in Gl4:13v., Epafroditus in Fp2:27. Dan is er niet altijd genezing, maar wel het zoeken naar de wil van de Heer hierin. Lees 2 Kronieken 16:12 en 13 waar Asa ziek is maar de Bijbel vermeldt dat hij niet de HERE hierin raadpleegde maar alleen de dokters. De Here God ontfermde Zich uiteindelijk over Epafroditus in Fp2:27, maar gelovigen worden niet altijd beter (Trofimus moest dus ziek worden achtergelaten in Milete, 2Tm4:20). Er zijn gelovigen die beweren dat het altijd Gods wil is dat we genezen. Dat is dus niet waar. De Bijbel leert dat niet, net zo min als dat ziekte altijd van de duivel komt. De oorsprong van ziekte als zodanig is de zondeval, maar God kan mensen ziek maken of laten, wat Hij ook meerdere malen doet in de Bijbel. God heeft het beste voor met zijn kinderen, maar zijn wegen met ons zijn niet altijd te doorgronden. 

Wat is ziekte?

Ziekte is een probleem in het functioneren van het lichaam (of de psyche) waardoor een mens niet optimaal functioneert. De ziekte kan verband houden met zonde (Ps32:2, Jh5:14, 1Kor11:30) maar dat hoeft niet. Is er zonde in het spel, dan is er bekering nodig, waarop genezing kan volgen. Het is dus uiterst belangrijk om een onderscheid te maken tussen genezing en zonde. Als iemand ziek is kunnen daar vele oorzaken voor zijn. Is de oorzaak zonde, dan is belijdenis van zonden een voorwaarde voor de genezing (Jc5:15,16 zie onder). 

God wil zeker het beste met zijn kinderen. Het hele punt is alleen wat wij dan verstaan onder ‘het beste’ en vooral langs welke weg God dit ‘beste’ nu bereikt bij zijn kinderen en waneer dit 'beste' wordt bereikt. Als we consequent doorredeneren dan zouden we, als we zouden geloven dat God niet wil dat zijn kinderen ziek worden, ook kunnen zeggen dat God niet wil dat zijn kinderen arm zijn of verdriet hebben of doodgaan. (Heeft Christus immers de dood ook niet overwonnen?) In al dit soort redeneringen staat de mens centraal en wat de mens goed uitkomt, is dan ook wat God met die mens voorheeft. De werkelijkheid is eindeloos veel gecompliceerder.

Het is mijn stellige overtuiging dat het Gods verlangen is dat we worden als Hem, door te gaan lijken op Zijn Zoon. De weg waarlangs wij moeten gaan om zover te komen is m.i. een weg die ziekte niet altijd uitsluit. Daarbij gaat God een weg met zijn gemeente én met deze wereld waarin zich processen afspelen waar we geen flauw benul van hebben. Er zijn talloze voorbeelden waarin gelovigen ziek werden, vroegtijdig stierven (denk aan Jacobus in Hd12), ongelukken kregen etc. Jezus zegt in Op3:19 dat Hij iedereen die Hij liefheeft bestraft en tuchtigt. Dit is een woord van Christus die in schril contrast lijkt te staan met zijn karakter als Geneesheer van zieken, welke we in de evangeliën tegenkomen. De predikers van genezing voor iedereen komen altijd weer aanzetten met de tekst uit Hebreeën 13: 7 waar staat dat Christus Dezelfde is vandaag, gisteren en morgen. Toch is het duidelijk dat Jezus Zich anders openbaart in het laatste Bijbelboek dan in de evangeliën. Hij kwam eerst om de wereld te behouden, maar straks komt Hij om haar te oordelen!

Bovendien: God is in een strijd verwikkeld met satan. Hij laat satan toe dingen te doen op deze wereld waarvan wij gruwen. Wij mensen hebben eenvoudigweg geen antwoord op de vraag waarom dit soort dingen gebeuren. Het is dan ook veel te eenzijdig en simplistisch om te beweren dat geen gelovige ziek hoeft te zijn. Het strookt niet met de geschiedenis van Gods volk, het strookt niet met de werkelijkheid vandaag en het strookt niet met Gods Woord. Een aantal teksten laat duidelijk zie dat God ziekte toestaat om zijn kinderen op te voeden: 

Maar de Here zeide tot hem: Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt stom of doof, ziende of blind; ben Ik het niet, de HERE? Ex4:11. NBG 

Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij. Ik dood en doe herleven, Ik verbrijzel en Ik genees, en niemand is er die redt uit mijn macht. Deut32:39. 

Zie, welzalig de mens, die God kastijdt; versmaad daarom de tucht des Almachtigen niet. Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en zijn handen helen. Job5:17,18. NBG 

Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen. Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen. Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden. 1Ko11:30-32 NBG 

Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng Ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren. Op2:22 NBG 

Natuurlijk is ziekte niet iets dat past bij de natuur van God als zodanig. Ziekte kan satan gebruiken om ons te laten struikelen, maar God kan het gebruiken om ons op te voeden. Als Hij d.m.v. ziekte zegen kan bereiken, dan gebruikt Hij deze weg. Heeft God vreugde beleefd toen zijn Zoon leed aan het kruis? Was dit niet het ultieme voorbeeld van iets vreselijks, dat God heeft gebruikt om de grootst mogelijke zegen, namelijk het herstel van de hele kosmos, te bereiken? Wie zijn wij om dit soort besluiten binnen de raad van God te begrijpen?

Jakobus 5

Jakobus legt de nadruk in zijn brief op de allesomvattende invloed van geloof op ons leven. Elk aspect van ons leven behoort naar God te verwijzen. Hierdoor druk je uit dat je Zijn wil over je leven aanvaardt. Hij schrijft over 'velerlei verzoekingen':

Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen valt, daar u weet dat de beproefdheid van uw geloof volharding bewerkt. (1:3, TELOSvertaling).

Hij spreekt vervolgens over: dood geloof, aanziens des persoons, zonde van de tong, leed dragen en ziekte, lichamelijk lijden. Dit laatste is een beproeving voor het geloof. Het staat in Jakobus 5:13-18:

Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt. Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

Dit gedeelte uit Jakobus 5 is van het grootste belang. Het laat zien hoe de gemeente met ernstige ziekte om moet gaan. Het gaat hier trouwens om niet zomaar een zieke, maar om een volkomen krachteloos mens naar geest en lichaam, die anderen nodig heeft om weer te worden opgericht. Het gebruikte woord voor ziekte is hier asthenos, dat de innerlijke krachteloosheid aangeeft. Als er zonde gedaan is, moet hij dit belijden. Anderen (oudsten) gaan deze persoon zalven als teken van de vreugde van de Heer en spreken een gelovig gebed uit. Dan zal deze terneergeslagen persoon opgericht worden. De oudsten moeten het geloof hebben, de krachteloze zieke heeft dat namelijk niet meer. 

Het gelovige gebed zal de zieke redden, en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden. Jk5:15 

God wil altijd de innerlijke mens sterken in het geloof, maar geeft geen garantie dat Hij het lichaam, de uiterlijke mens, altijd en in iedere situatie gaat genezen. Mocht iemand door zijn ziekte krachteloos zijn, dan wil de Heer die persoon geestelijk oprichten. Mocht de Heilige Geest het geloof schenken voor een fysieke genezing dan zal dat in gevallen van fysieke problemen ook gebeuren. Het gaat daarbij om de overtuiging dat dit Gods wil is op dat specifieke moment. Soms is de wil van God duidelijk in bepaalde situaties, maar soms ook niet. Jakobus' voornaamste doel is zijn lezers ertoe te brengen alles bij God te brengen. Hij legt de nadruk op het gebed, dat een vruchteloze situatie (denk aan zijn voorbeeld van Elia en de regen over een vruchteloos, verdord land) weer tot een geestelijk sterke brengt. De voorwaarden zijn dat er zonden worden beleden en dat men heilig leeft (zie Jk1:6 over het twijfelen of eigenlijk een dubbelleven leiden, enerzijds in de wereld, anderzijds in het koninkrijk van God).

Liefde

Waarom genas Jezus mensen? We hebben gezien als een teken van wie Hij was en van Zijn boodschap. Is de diepste reden niet dat Hij met ontferming (‘medelijden’ in NBV) bewogen was (Mt14:14, 20:34)? Paulus maakt in 1Ko13 heel duidelijk, dat als je geen liefde hebt, al je gaven en je bediening niets voorstellen. Als Jezus over de Heilige Geest zegt dat er ‘rivieren van levend water uit het hart’ zullen stromen, dan staat daar niet ‘hart’, maar letterlijk ‘buik’; de zetel van de bewogenheid in de Bijbel. 

Kracht

Uit het gebruik van het meervoud in 1 Ko12:9 (genadegaven van genezing) kunnen we opmaken dat de Geest van tijd tot tijd deze gaven schonk aan bepaalde gelovigen. Het is dus geen permanent vermogen. Zie verder het artikel op deze site over de gaven van de Geest. Dit houdt in dat als God iemand wil genezen, Hij een gelovige daarvoor kan gebruiken, maar alleen als die op dat moment de gave van gezondmaking wordt geschonken. Paulus maakt nogmaals duidelijk dat er sommigen zijn die deze gave hebben en niet allen. Om eerlijk te zijn zie ik deze gave niet veel. De genezingen die we in de Bijbel lezen, zoals verlammingen, blindheid en ernstige kwalen, zie ik eigenlijk nooit genezen worden door handoplegging. Daarom ben ik voorzichtig in de bewering dat dit vandaag ook nog veel voorkomt. Ik weet dat er velen zijn dit het tegendeel beweren, maar deze gevallen zijn zelden echt te bewijzen. Dit wil niet zeggen dat het nooit voorkomt, alleen niet erg veel. Daarnaast is niet iedere genezing die plaatsvindt gelijk door God bewerkt, dat is wat het zo lastig maakt. Mijns inziens geneest God meteen en volledig. Zodra mensen komen met theorieën als 'je genezing weer verliezen' of 'een genezing in fasen' dan bevindt men zich op on-Bijbelse gronden omdat we dit nergens in de Bijbel kunnen terugvinden.

Tot slot: We blijven inzitten tussen de twee uitersten in deze wereld. Aan de ene kant de boodschap van hoop en de komende Koning, aan de andere kant de vruchteloosheid van deze schepping. Gods wegen daarin zijn ondoorgrondelijk, maar we mogen altijd tot de troon van genade gaan om te strijden in het gebed voor zieken. Toch zou ik willen waarschuwen voor de eenzijdige prediking van sommigen dat iedere gelovige genezing kan ontvangen als hij maar genoeg geloof zou hebben. Het is een eenzijdige boodschap die niet is gebaseerd op de leer van de Bijbel, maar voortkomt uit de Pinkstertheologie. Wij kunnen Gods wil niet in systematische schema's als dit persen.

Vele kinderen van God zijn ernstig ziek terwijl zij niet in ernstige zonde leven o.i.d. God geneest niet iemand op grond van diens rechtvaardigheid, maar overeenkomstig Zijn wil en Zijn plan voor die persoon. Als Hij het doet, kan het zijn d.m.v. een wonder, maar ook d.m.v. een geneesmiddel, afweerstoffen in ons geschapen lichaam, dokters, andere hulpmiddelen etc. Laten we dus nuchter zijn en de dingen evenwichtig benaderen zodat mensen troost vinden, ook als zij in dit leven niet genezen van hun ziekte, ondanks hun volste vertrouwen in hun God. Daarbij strekken wij ons uit naar de God van genezing enerzijds en houden wij anderzijds rekening met het feit dat Gods wil wel eens anders zou kunnen zijn in bepaalde situaties.