Geloof

Alles draait in de Bijbel om geloof. Mensen spreken over hun ‘geloofsleven’. Uitspraken als: ‘Dit is niet volgens mijn geloof’, of: ’Ik heb veel steun aan mijn geloof’ laten zien dat geloof iets heel belangrijks is voor sommige mensen. Wat is nu geloof? Wat zegt de Bijbel over geloof? En bovenal: Hoe ‘doe’ je dat dan, geloven? Daarover gaat deze studie. De Bijbel zegt dat het onmogelijk is om God te behagen zonder geloof (Heb11:6). Het is dus van het grootste belang dat we een juist beeld krijgen van wat geloof is. Het is niet dat wat de meeste mensen denken dat het is. Wat is het dan wel???

Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Hebreeën 11:1

Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst…1 Petrus 1:7

Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. Matteüs 8:10 

Alles is mogelijk voor wie gelooft. Marcus 9:23  

Wij mensen kennen van nature God niet. Alles wat wij over Hem weten kunnen, staat geschreven in de Bijbel. Geloof is altijd gebasseerd op de feiten zoals ze in de Bijbel tot ons komen. Om wat overzicht te brengen deel ik het gebruik van dit woord ‘geloof’ in de Bijbel in grofweg 3 categorieën in: 

1. Geloof als de waarheden waarin men gelooft (‘beliefs’). 

2. Geloof als zaligmakend geloof. 

3. Geloof als dagelijks vertrouwen op God en op zijn kracht. 

Geloof als de waarheden waarin men gelooft. 

Sommige teksten in de Bijbel spreken over geloof waarmee bedoeld wordt: de inhoud van wat men gelooft. Een voorbeeld is 1 Timoteüs 6:10  

Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zichzelf veel leed berokkend.  

Een andere tekst is Judas:3  

Geliefde broeders en zusters, het was mijn vaste voornemen u te schrijven over de redding van ons allen, maar ik zie mij nu genoodzaakt u in deze brief op te roepen om te strijden voor het geloof dat voor eens en voor altijd aan de heiligen is overgeleverd.  

We zien hier dat ‘geloof’ hetzelfde betekent als ‘de leer’, de inhoud van wat we geloven, ook wel ‘beliefs’ (Engels; tegenover ‘faith’). Deze ‘waarheden’ zijn, zegt Judas eens en voor altijd gegeven aan de heiligen, dat zijn de gelovigen... Deze geloofswaarheden zijn ons geopenbaard door de Heilige Geest via het geschreven Woord, de Bijbel. Geen menselijk verstand kan deze waarheden in zich opnemen, het is alleen mogelijk als de Heilige Geest dit ons openbaart. Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid. Jh16:12,13a. De 'volle' waarheid is het geheel van de geopenbaarde Schrift, terug te vinden in het Nieuwe Testament. Het geloof is dus het 'weten' van de dingen die God belooft in de Bijbel en ze toe-eigenen. Het is het ontvangen van dat wat allang feiten zijn voor God Zelf. Daar komt nog bij dat iedere leer, alles wat wij geloven, zijn focus vindt in Jezus Christus. 'Leer' is nooit dode dogmatiek, maar het kennen van de Persoon van Christus, via het geschreven Woord van God, de Bijbel.

Geloof als zaligmakend geloof 

Geloven is in het Grieks hetzelfde woord als ‘vertrouwen’ of ‘trouw’. In ons dagelijks spraakgebruik gebruiken we het woord geloven om aan te duiden dat we iets niet zeker weten: ‘Is de deur op slot?’, ‘Ik geloof het wel’. In de Bijbel is geloven een zekerheid (zie Hebreeën 11:1 boven), een ‘vertouwen op’, of nog beter ‘vertrouwen in’. Er zijn in elk vertrouwen drie stadia: 

Vertrouwen in wat iemand zegt. ‘Ik geloof je’. Je gelooft in wat de ander zegt. 

Vertrouwen in iemand zelf. In God geloven is heel wat anders dan geloven dat wat God zegt, waar is. Je gelooft in de ander. Je vertrouwt hem/haar.

Je toevertrouwen aan iemand. Je legt jezelf in de handen van de ander. Je geeft jezelf over aan de ander (vgl. ‘trouwen’ met iemand). 

Jezelf toevertrouwen aan God als het gaat om je eeuwige bestemming noemen we ‘zaligmakend’ geloof. Je weet dat je behouden bent want je gelooft wat God in zijn Woord zegt:  

Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat Ik zeg en Hem gelooft die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan in het leven. Johannes 5:24 

Hij laat ons zien dat Hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft. Romeinen 3:26, zie ook 5:1  

Dit geloof is op één bepaald moment in iemands leven werkelijkheid geworden. Dit geloof heeft niets te maken met ‘veel’ of ‘weinig’ geloof. Het is er, of het is er niet. Men is een wedergeboren christen, of men is het niet! Wel of geen kind van God. Ook deze zekerheid ontvangen we door de Heilige Geest. God vertrouwen om in de hemel te komen, is een moment in ons leven. We vertrouwen op de Bijbelse feiten wat betreft onze redding. De Bijbel zegt: 'Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden...' (Hd16:31). Geloven is het vertrouwen stellen in dat wat God in zijn Woord stelt over het volbrachte werk van Christus. Heeft u dit geloof? Gelooft u dat Jezus Christus voor uw zonden is gestorven? Als u dit gelooft, bent u een christen.

Maar God vertrouwen om hier op aarde met Hem te leven is een heel ander verhaal! Dat is dagelijkse praktijk.  

Geloof als dagelijks vertrouwen op God en op zijn kracht. 

Als het gaat om ieder dag, in de praktijk van het leven, te vertrouwen op God, is er wel degelijk sprake van een ‘groot’ of van een ‘klein’ geloof.  

Vertrouw op de Heer met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg. Spreuken 3:5-6  

Tijdens ons leven gebeuren er allerlei dingen, mooie en vervelende. Nu moeten we steeds weer blijven vertrouwen op God. Dat is niet zo makkelijk. Je kunt groeien in dit vertrouwen. Dit gebeurt doordat men steeds meer van de waarheid, de feiten van de Bijbel overtuigd wordt. Deze dingen groeien dan in ons hart en nemen er bezit van. Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: '...omdat uw geloof zich zeer vermeerdert...(2Ts1:3). Er worden over geloof verschillende fasen genoemd in de Bijbel. Onze verantwoordelijkheid is om een keuze te maken om God op zijn Woord te willen geloven, iedere dag opnieuw.

Kleingeloof 

Veel christen hebben ‘kleingeloof’. Ze weten dat hun zonden zijn vergeven, dat ze zijn behouden, maar iedere tegenslag of beproeving doet ze al ernstig twijfelen aan God. Juist deze beproevingen zijn het die testen of er wel echt geloof is, of dat het een korstondige emotionele opwelling is: 

Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch in het vuur wordt getoetst – (…) 1Petrus 1:6,7, zie ook Deuteronomium 8:4  

Beproevingen tonen je geloof (wat stelt het nu voor?) en vergroten je geloof (omdat je er steeds weer door Gods genade doorheen komt en je zo leert vertrouwen op Hem, zie Jakobus 1:2-4). De discipelen worden door Jezus 5 keer als ‘kleingelovigen’ aangeduid. Dit vanwege: bezorgdheid (Matteüs 6:25, 30-33), angst (Matteüs 8:24-26), twijfel (Matteüs 14:29-31), onbegrip (Matteüs 16:6-8) en geestelijke achteruitgang (Matteüs 17:17-19). 

Groeiend geloof 

Jezus zei meerder malen: Laat het u gebeuren volgens uw geloof (Matteüs 9:29; vgl. 8:13; 15:28). Dit betekent NIET wat heel vaak wordt verkondigd, dat we eerst iets heel hard moeten geloven en dat we het dan pas ontvangen. Dat is geen geloof, maar onze eigen verlangens willen realiseren. Nee, als christenen uit ons grote geloof zich in: 'niet mijn wil maar uw wil geschiedde'. In Mk11:22 zegt Jezus: 'Heb geloof in God'. Geloof betekent dat men ervoor kiest Gods Woord te geloven. Geloof gaat dus altijd samen met het kennen van het Woord van God. Zonder het Woord van God toegepast door de Heilige Geest, kan ons geloof niet groeien. Groeiend geloof is het beter leren kennen van de Here Jezus en van de Here God.

Groot geloof 

Er zijn in de evangeliën twee mensen die een groot geloof bezaten. Zij worden door Jezus daarom geprezen. Deze personen bezaten een rotsvast vertrouwen in God en in zijn Zoon. Het eerste voorbeeld van een groot geloof is de Romeinse hoofdman (die bij Jezus komt pleiten voor zijn zieke slaaf) in Matteüs 8, vanaf vers 5. Hij gaf blijk van een bijzondere kennis van wie Jezus was en van een vertrouwen in zijn macht:  

‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen.’  

Hierop antwoordt Jezus dat hij bij niemand (!) in Israël zo’n groot geloof heeft gevonden. Door dit grote geloof gebeurt er ook wat de hoofdman gelooft: ‘Ga naar huis. Zolas u gelooft hebt, zo zal het gebeuren’. Op hetzelfde moment genas zijn slaaf (Matteüs 8:13). Het kenmerk van het grote geloof van deze hoofdman was: Het hoeft niet te zien om toch te geloven. Het neemt met weinig genoegen. Het grote geloof kent de kracht van de Heer. 

Het tweede voorbeeld van zo’n groot geloof vinden we in Matteüs 15, vanaf vers 22. Een Kanaänitische vrouw smeekt Jezus haar dochter te bevrijden van demonen. Jezus antwoordt haar niet en zegt dat ze ‘buiten de boot valt’ omdat Hij alleen is gestuurd naar het volk Israël. Toch blijft ze aandringen in het vertrouwen dat de genade van God ook genoeg zou zijn voor de niet-Joden. Ondanks de harde afwijzing van Jezus ‘weet’ ze dat er genoeg ‘kruimels’ van genade voor haar zijn. Jezus antwoord haar uiteindelijk: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ (Matteüs 15:28) 

Deze beide mensen hadden maar weinig nodig van Jezus; een woord was genoeg omdat ze wisten hoe machtig dit ene woord van Hem zou zijn! Een groot geloof weet dat, ondanks de slechte omstandigheden, men genoeg heeft aan God zelf! 

Maar ik vertrouw op u, Heer. Ik zeg: U bent mijn God, In uw hand liggen mijn lot en mijn leven. (Psalm 31:15)  

Dit grote geloof is niet iets dat deze mensen zelf bezaten, maar het was hun gegeven door de Vader in de hemel. Wij hebben in onszelf nooit iets van geloof. Het is altijd een gift van God! Zie Ef2:8.

Totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. Efeziërs  4:13  

Geloof is steeds weer vertrouwen op God door te geloven wat Hij zegt in zijn Woord en door te kijken in de Bijbel hoe Jezus steeds dit weer deed. 

En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof. Hoe meer een gelovige weet wie Christus is, door het woord, hoe meer vrucht hij zal dragen! 

(1 Johannes 5:4).

Samengevat: Geloof is dat wij beseffen niets te hebben van onszelf, maar alles in Christus. Dit kunnen wij ervaren door te geloven wat er staat geschreven in Gods Woord, de Bijbel. Door dagelijks met Hem te leven en ons hart voor Hem bloot te leggen, groeit onze relatie met Hem.